't Vaerdich Volk | Wat bieden wij?

Overzicht van de mogelijkheden

Wat bieden wij?

Wanneer uw evenement dit toelaat, slaan wij een compleet middeleeuws kampement op, met stoffen tenten, middeleeuws meubilair, kampvuren en meer. Vanuit deze tenten demonstreren wij, gehuld in middeleeuwse kledij, onze ambachten en beroepen, en verzorgen we entertainment, alsof we op een jaarmarkt staan. Hierdoor ontstaat een authentieke sfeer en wanen bezoekers zich in de middeleeuwen.

De leden van ’t Vaerdich Volk bestuderen actief de geschiedenis van hun ambacht of vak, zodat ze erover kunnen vertellen aan bezoekers en ter plekke op authentieke wijze kunnen demonstreren hoe dit in zijn werk ging.

Onder onze groepsleden bevinden zich onder andere handwerkers, muzikanten, een marskramer en een chirurgijn. Wij bieden dus zowel educatie als entertainment op middeleeuwse evenementen. Tevens hebben we een marktkraam, waarin door onze ambachtslieden vervaardigde producten te koop worden aangeboden.

De groepsleden en hun bezigheden

Hieronder presenteren onze groepsleden zichzelf en hun ambacht. Wanneer u ons uitnodigt voor uw evenement, komen wij met een zo groot mogelijke groep, maar dit is uiteraard mede afhankelijk van de beschikbaarheid van de individuele groepsleden op de betreffende datum. Ook is het mogelijk om een of meerdere specifieke ambachtslieden uit te nodigen.

Chirurgie (door Thom)

Wanneer rovers je buidel binnenstebuiten proberen te keren of ridders vechten om jonkvrouwen, krijg je zo af en toe te maken met breuken en pijntjes. Gelukkig voor deze stervelingen is de chirurgijn Thomas van Deest niet ver om de pijn te verzachten.

Deze chirurgijn uit het land van Maas en Waal hielp al op jonge leeftijd met het oplappen van de gewond geraakte Tempeliers in het tweestromen land. Later vond hij verdieping bij een op doortocht zijnde chirurgijn (leermeester), die voor een maand of elf Druten aandeed. Na een stage van 7 jaar en een examen kon hij zelfstandig verder als chirurgijn.

Inmiddels is hij zelf niet meer zo honkvast en trekt hij samen met ’t Vaerdich Volk rond om mensen op te lappen die dat nodig hebben.

Smid (door Jasper & Ruben)

Vanaf het moment dat de mens metaal ging gebruiken was er een nieuw beroep geboren: de smid. Hij vormt ijzer en staal met behulp van hitte tot bruikbare voorwerpen.

In de oudheid werden smeden mythische krachten toebedeeld. De Grieken en Romeinen hadden er zelfs goden voor (resp. Hephaistos en Vulcanus). Ook in Scandinavische mythologieën waren er smeden met mythische krachten (zoals de dwerg Alwis). In de Middeleeuwen is het mystieke van het smeden misschien wel verdwenen, de kunst van het smeden is echter nog springlevend. De metaalbewerking heeft een grote vlucht genomen, men kan veel beter staal maken en er is door handel met onder andere Zweden in onze contreien meer staal en ijzer beschikbaar.

Naast de vele specialistische smeden (uurwerksmeden, koperslager, wapensmeden) was het vooral de dorpssmid die van belang was voor de middeleeuwer. Hij was het die nagenoeg alles maakte in zijn smidse, van spijkers voor de bouw tot de ploeg van de boer, en de pannen van de kok. Ook messen, kandelaars en scharen kon hij maken - kortom alles wat de dorpeling nodig had. De smeden van ‘t Vaerdich Volk proberen met hun ambulante smederij de magie van het smeden terug te brengen, zodat u weer even terug bent in de tijd met de geur van het kolenvuur en het zingen van het aambeeld.

Wolverven (door Rinske)

Nederland kende in de middeleeuwen verfgildes die ingedeeld waren op kleur, zoals de blauwververs en de roodzieders. Ieder gilde werkte daardoor met zijn eigen beitsmiddelen en plantaardige verfstoffen. Naarmate je meer geld te besteden had, waren de kleuren die je kon krijgen bonter en kleurvaster.

Wil je eens met eigen ogen zien welke kleuren wol je krijgt als je verft met bijvoorbeeld meekrap, uienschillen of wouw? Kom dan vooral kijken als de potten staan te koken op het vuur en er wol wordt geverfd. De reeds geverfde strengen zullen in al hun kleuren te drogen hangen.

(Riet)vlechten (door Linda)

Ik ga naar de markt en neem mee… De boer zijn oogst, de smid zijn messen en andere ijzerwerken, de leerbewerkster haar buideltjes en riemen, het kruidenvrouwtje haar zalfjes. En de bezoekers keren terug naar huis met al hun benodigdheden. Niet met dozen en plastic tasjes, maar met manden die bij de mandenvlechtster worden geruild of gekocht.

Manden werden meestal gevlochten op bestelling. Het vlechten neem aardig wat tijd en materiaal in beslag, en blijven zitten met manden die niemand wil hebben kostte dus veel te veel. Plat, diep, met of zonder hengsel of deksel. Het kan allemaal.

“Weven is vlechten”. Dus wanneer er geen opdrachten zijn voor manden, kan het vlechtprincipe ook op stof en garen worden toegepast. Bijvoorbeeld bij het weven van bandjes met de bandweefkam.

Draailier en blokfluit (door Rinske)

Een jaarmarkt zonder muziek, is als een toernooi zonder ridders. Bij een gezellige sfeer kunnen de draailier en een blokfluit dan ook niet ontbreken.

De draailier is een snaarinstrument, waarbij de snaren met behulp van een draaiend wiel aangesproken worden. De bourdonsnaar in het instrument zorgt voor een continue klank, waardoor het instrument zijn typische geluid krijgt. De draailier hoor je niet alleen in de vrolijke middeleeuwse dansmuziek terug, maar ook in de begeleiding van gezangen.

Een blokfluit klinkt een stuk zachter dan de draailier. De middeleeuwse blokfluit met zijn warme klanken bestaat uit één stuk en is niet te stemmen. Het vervaardigen van een fluit met de juiste toonhoogte vergt echt vakmanschap. Ik speel dan ook met veel plezier op mijn mooie replica van de blokfluit die is opgegraven onder het huis te Merwede.

Kok (door Koen)

Er zijn twee vooroordelen over middeleeuws koken die vreselijk met elkaar in tegenspraak zijn. Het eerste is dat er geen kruiden en specerijen werden gebruikt, omdat die pas met de VOC naar Europa zijn gekomen. Het andere vooroordeel is dat er juist heel veel kruiden en specerijen werden gebruikt om de verrotte smaak van het bedorven vlees te maskeren. Beide vooroordelen zijn niet waar.

Er werden wel degelijk specerijen gebruikt in de Middeleeuwen, maar ze waren ‘peperduur’. Ze werden dus gebruikt in de keukens van mensen die het zich konden permitteren. Zo ook vlees. Katharina van Kleef at met Pasen een 14 gangen diner met zwaan, fazant, pauw, edelhert, lam, everzwijn, rund, os, een keur van vis- en weekdiersoorten en zelfs één vegetarische gang (appeltaart)… maar de gewone burger, zeg maar het voetvolk, die leefden iets soberder.

In onze kleine keuken bereid ik zowel de maaltijden van de adel, als ook de maaltijden van de vaerdiche (arbeids)lieden. Na een dag hard werken eten we die dan gezamenlijk op. Wees vooral nieuwsgierig en kom kijken, stel vragen, maar vergeet zeker niet te ruiken!

Houtbewerken (door Ruben)

Als houtbewerker houd ik me zowel bezig met het grove werk als het maken van kandelaars, basic meubels, kisten, keukengerei en handvaten voor bijvoorbeeld messen zoals mijn eigen haalmes en guts set. Maar ook het fijne snijwerk komt aan bod. Een goed voorbeeld hiervan is mijn eigen uithangbord. Dit uithangbord is een 3-dimensionaal snijwerk waarbij de letters in de voorgrond liggen en de versiering een laag dieper.

Keukengerei wordt over het algemeen van beukenhout gemaakt omdat dit antiseptisch (bacteriedodend) is. Voor het fijne snijwerk is linden- of wilgenhout een fijne soort om mee te werken, doordat de hardheid van dit hout over het geheel erg consistent is. Eiken heeft deze eigenschap ook maar is veel harder. Kandelaars kunnen van vele verschillende soorten gemaakt/gedraaid worden, maar berkenhout gebruik ik hier veel voor omdat de schimmels die in dit hout trekken voor hele mooie tekeningen zorgen.